Van 'lelijke' producten zit je nooit vol: waarom eten we ze dan niet?

Nu aan het lezen

Van lelijk eten zit je nooit vol: Waarom restjes een prima bodem zijn voor wereldverbetering

Van lelijk eten zit je nooit vol: Waarom restjes een prima bodem zijn voor wereldverbetering

Bah, wat een beroerd uitziende groente, die lust ik niet, said no baby ever. De reden waarom bananen, broccoli en bonen (is dit iets met de B?) geen gretig aftrek vinden bij kleintjes, is vanwege de heftige smaak. Niet het bruine puntje, noch geschaafde schilletje waar onze ogen ‘van nature’ pijn van doen.

Hoe komt het dan dat volwassenen zo krampachtig doen over minder-dan perfecte voedingswaar? Kijkend naar ons boodschappenmandje, willen we shiny, putloos en uitgedeukt vlees, vis en fruit. Een beetje zoals we onszelf het liefst zien.

Weggooien is zonde

En toch: weggooien is zonde. Dat vonden ook een paar knappe koppen bij Albert Heijn. Met het idee een nieuwe bestemming te vinden voor onverkochte producten, ontstond Instock. Een vernuftig, hip eetconcept dat langzaamaan uitrolt over ons agrarische landje. De meest recente vestiging: in Utrecht.

Geweldig, riepen mijn collega’s en ik in koor toen we tijdens een etentje aanschoven aan de lange tafels, bedekt met dampende koppen soep in wat voorheen Bon Maman jampotjes waren. En onze billen? Die leunden gezellig op stoelen uit de AH-personeelskantine.

Geweldig, maar ook diep treurig. Want er zijn zo veel producten over die niet picture perfect zijn (over datum, kleine afwijking of simpelweg een overschot) waardoor steeds meer restaurants ervan kunnen leven.

Maar beste Albert Heijn, als producten met een schoonheidsfoutje of verstreken houdbaarheidsdatum geschikt zijn voor een restaurant, waarom dan niet voor je consument?

Alleen al in het geval van stichting Instock 3 restaurants met op het menu dezelfde varkenshaas die ik vol trots aan vrienden serveer bij een nieuwjaarsdiner. De leverancier achter de producten van het anti-roodwaste restaurant: Ahold.

Goed genoeg voor de supermarkt

Koken met restjes laat je pas écht koken, vond ook een collega. Het is leuk, mixen en matchen wat je koelkast staat, in plaats van voor een volledig gerecht naar de winkel te rennen.

Voedselverspilling op de kaart zetten, door er de heerlijkste gerechten mee te maken is daarom fantastisch. Maar beste Albert Heijn, als producten met een schoonheidsfoutje of verstreken houdbaarheidsdatum geschikt zijn voor een restaurant, waarom dan niet voor je consument?

De principes waarop voedsel wordt weggegeven, is een schoonheidsfoutje, brood van een dag oud of vlees en vis overschot. Allemaal punten waarop de consument het eten zou kunnen weigeren, of accepteren. Gezien de populariteit van no-food waste principes, acht ik het laatste waarschijnlijk.

Creatief koken

Mijn huisgenoten lachen me uit als ze mij weer eens met een magnetronbakje gevuld met het een of ander in de hand zien staan. Turend over huizen tegenover mij, zie ik de ouders zuchten en steunen achter het aanrecht. Wat nu weer te eten? Ik weet het wel: restjes en ongelukkig uitziende groenten, in alle soorten en maten. Net zo creatief bereid als een chef dat zou doen in een hippe, no foodwaste keuken.

Freelance journalist Nina (23) schrijft over generatieperikelen, balans en ondernemingsdrift in de hoop herkenning te bieden (en er zelf iets van op te steken).

Meest gedeeld

Meld je aan voor de nieuwsbrief.