Vance

De ondankbare baan van de mensen die jouw oude smartphone opruimen

Hoe vaak koop jij een nieuwe smartphone? En wat doe je met je oude smartphone wanneer je hem niet meer gebruikt? E-waste is een groeiend probleem en omdat we steeds meer apparaten en gadgets kopen, zal dit probleem alleen maar groter worden.

De snel dalende prijs van elektrische apparatuur, in verhouding met de oplopende inkomens in de wereld, betekent dat er in de toekomst nog veel meer gadgets op de markt zullen komen. En wanneer er een nieuwe versie op de markt komt, zullen veel van onze huidige gadgets eindigen als electronic waste.

E-waste is één van de onderwerpen die Parsons School of Design aankaart in hun nieuwe tentoonstelling. De tentoonstelling vraagt de aandacht van ontwerpers om te helpen het probleem aan te pakken.

“Ik denk dat wanneer je in de VS of Europa woont, je niet direct blootgesteld wordt aan dit fenomeen. Je ziet de directe consequenties van e-waste hier niet”, aldus Shaun Fynn, CEO en creatief directeur van StudioFynn, een ontwerpbureau dat meewerkte aan de tentoonstelling. Terwijl hij in India was voor een onderzoeksproject, begon Fynn e-waste-verwerkers en het ondankbare werk dat zij uitvoerden, te fotograferen. Hij legde het proces van begin tot eind vast.

Giftige stoffen

Voor een e-waste-verwerker is een smartphone, bestaande uit koper, zilver en een beetje goud, een waardevolle bron van inkomsten. Maar bij het versnipperen en het verbranden van een gadget om aan die waardevolle componenten te komen, kan iemand aan giftige stoffen blootstellen die kunnen leiden tot respiratoire aandoeningen.

De afgelopen zeven jaar is huishoudelijke e-waste in India en China achtmaal verdubbeld. In 2014 genereerde China meer dan 6 miljard kilo e-waste. De verwachting is dat in 2018 wereldwijd 50 miljard kilo aan gadgets zal worden weggegooid, en naar schatting zullen in 2019 5 miljoen mensen in het bezit zijn van een mobiele telefoon, die uiteindelijk ook weer afgedankt wordt.

Elektronica recyclebaar maken

Ontwerpers kunnen meewerken om het probleem te beperken door telefoons en andere elektronica te ontwerpen die aan het einde van hun levensduur recyclebaar en gemakkelijk te demonteren zijn. Wat ook een oplossing kan zijn, is om producenten nog eens te laten overwegen hun verantwoordelijkheid te nemen wanneer de consument een gadget niet langer in zijn bezit wil hebben.

“Ik denk dat vandaag de dag designers meer zeggenschap hebben over de ontwikkeling van een product, wanneer het eenmaal op de markt is gebracht. Ik ben benieuwd hoe ontwerpers van gadgets klanten en bedrijven kunnen beïnvloeden om meer verantwoordelijkheid te nemen en producten aan het einde van de levensloop terug te nemen”, aldus Fynn tegen Fast Company.

Ontwerpers willen zich meestal niet bezighouden met hun eigen restproducten, maar dat kan natuurlijk niet, vindt Fynn. “Wanneer producten eenmaal niet langer bruikbaar zijn, bemoeien producenten zich er niet meer mee”, laat hij weten. “Het product doet er niet meer toe, maar zweeft nog wél rond in het milieu. Mensen werken met de restanten, en dit heeft invloed op mensenlevens. Met name op de gezondheid van diegenen die het ondankbare werk doen.”

E-waste verwerkers doen werk wat anderen echt niet willen doen. Juist daarom zijn we deze mensen heel hard nodig. Zonder hen zou er helemaal niets verwerkt worden.

“Ik denk dat we heel goed zijn in het begrijpen van de productie, het begrijpen van de consument, maar we verdiepen ons niet in de mensen die werken met het afval. Het is iets waar bedrijven gemakkelijk verantwoordelijkheid voor zouden kunnen nemen. Bedrijven weten alles van de productie en de klanten die de gadgets aanschaffen, maar wanneer de restanten verwerkt moeten worden, trekt men de handen ervan af.”

Het is een probleem dat designscholen zoals Parsons proberen aan te pakken. Rama Chorpash, directeur industrieel ontwerp bij Parsons, heeft geholpen bij het organiseren van de tentoonstelling:

“Wij zijn geïnteresseerd in de ontelbare manieren die diverse gebieden, waaronder industrieel ontwerp, psychologie en stedelijk beleid, kunnen inzetten om mee te werken aan een duurzame toekomst”, aldus Chorpash.

De foto’s bij dit artikel zijn gemaakt door Shaun Fynn