Vance

De drie Franse geboden voor een beter leven

Wie (niet) reist is gek, schrijft psycholoog en ‘hartstochtelijk reiziger’ Ap Dijksterhuis in zijn gelijknamige nieuwe boek. Het een grote lofzang op het reizen en mijn nummer één leesvoer tijdens een tripje naar Zuid-Frankrijk. Het is namelijk de manier om de hersens gesmeerd te houden, geïnspireerd te raken en zelfs ons leven te verlengen. Een wondermiddel. En psychologisch gezien behoorlijk effectief.

Vakantie is lekker om meerdere redenen: je bent er even ‘uit’, ervaart een ander dagritme en ziet nieuwe dingen die je wereldbeeld weer nét effe anders maken.

Cultuurverschillen

Vergeten woordjes rakel ik tijdens mijn vakantie op, een boodschappentas til ik de heuvel op terwijl ik baguette, water en taartjes probeer te balanceren en ergens probeer ik mijn enkellange strandjurk op te houden. En dat alles met een charme die ik hoop te hebben gestolen van de Fransen, zweetsnor of niet.

De cultuurverschillen – even net die lippenstift op doen, net een keertje extra ‘merci madame’ zeggen; het zijn dingen waar ik gek op ben. Waar ik van leer. En die ik meeneem naar huis. Ap Dijksterhuis wist het allang: de voordelen van reizen zijn onbegrensd – en dat kan in verre oorden of dromend in de leunstoel.

Gij zult pauze nemen en gij zult het goed doen

Een scene uit mijn vakantie aan de Franse Côte d’Azur vat dit goed samen. Het is circa 1 uur ’s middags, de straten zijn verdacht leeg, en ergens op een stoepje voor één van de 869 nabije pharmacies zit rustig een vrouw te wachten. Te zitten. Niets te doen. Voor haar hangt een bordje met daarop de sluitingstijden: de middagpauze van de winkel voor haar duurt één uur. Die pauze wordt weer veroorzaakt door een maaltijd die in alle rust, al dan niets thuis, al dan niet in een bistrot, wordt verorberd.

In het lunchbakje van de betreffende werkenden vind je geen kleffe boterham maar restjes avondmaaltijd van gister, een lekkere quiche en incidenteel een wijntje erbij. De nationale Franse traditie is het belang van eten hoog te houden. Met de nodige voordelen: je hebt echt even pauze in plaats van ‘vlug vlug’ wat naar binnen werken en kan weer met hernieuwde energie je dag door. De negatieve economische gevolgen hiervan? Niets, nada, noppes, zo lijkt. De Fransen werken aan het einde van de dag gewoon een uurtje langer door.

Gij zult werken om te leven en niet andersom

Hoevaak ondernemers en CEO’s wel niet zeggen dat werken in hun bedrijf niet ‘werken’ is maar leven (a.k.a. iets waarvoor je een substantieel deel van je leven voor moet inruimen én opgeven), een Fransman zou er zijn neus voor optrekken. Dat wil niet zeggen dat ze niet hard werken: maar werk is werk, en vrije tijd.. Afijn.

De Fransen koesteren hun vrije tijd. Ze besteden het met familie, vrienden en geliefden. Dat begint al vroeg: Franse kinderen hebben om de zes weken twee weken vrij én nog twee maanden off in de zomer. De kleintjes monden uit tot volwassenen die vakantie zien als een mensenrecht, bij voorkeur te besteden met zo’n 9 weken vrije tijd per jaar. In Nederland bungelen we onderaan de ladder in West-Europa met zo’n 28 dagen.

Het idee hierachter, legt een vriendin uit die haar dagen veelvuldig doorbrengt in het Parijse, is dat de Fransen werken om te leven – niets andersom. Het wil zeggen dat het deel uitmaakt van je leven, maar we niet op aarde zijn gezet om louter forensische toestanden mee te maken. Er wachten immers croissants op je en een leven, één leven, waar je van moet genieten.

Gij zult veelvuldig ‘dankuwel’ zeggen

Beleefd zijn is niet overschat of een hopeloze formaliteit die we uit ons leven moeten schrappen zodat we kunnen zijn wie we willen zijn. Dat bewijzen de Fransen. Er vliegt weleens iemand uit de bocht, maar de gehele consensus is nog steeds dat je elkaar een fijne dag wenst, uitvoerig bedankt bij het overhandigen van iets en elkaar hartelijk kust tijdens het begroeten (ook op je werk!)

Het resultaat: Je voelt je gewaardeerd, waardeert de ander en hebt een moment sociaal contact. Daarnaast stel je andermans belangen boven die van jou. Brutaal vragen of je iets mag, kan of krijgt, kan. Maar laat het dan wel omranden met een beleefde Bonjour! En ‘pardon dat ik  stoor’.