Vance

Waarom acht uur slaap per nacht juist heel gek is

De Fransen hebben er een mooi woord voor: dorveille.  De Engelsen geven het de naam The Watch. Het Nederlandse gesegmenteerde slaap klinkt een stuk minder aantrekkelijk, maar de bijkomende voordelen zijn dat wél.

Koffie

Een duf hoofd, weinig concentratie en last van slapeloosheid: in een aanbevelingsbrief voor deze slaapvorm vertelt de auteur van The New York Times over de situatie waarin hij zichzelf eerder bevond, hangend voor een computerscherm.

Uiteindelijk was hij zo uitgeput dat, als hij het overdag uithield, om 20.00 uur ’s avonds in sliep viel om vervolgens twee uur na middernacht wakker te schieten en uren naar het plafond te staren. Tot hij weer in slaap viel, koffie zette, douchte en kreukelig aan een nieuwe dag begon. Het riedeltje herhaalde zich zo vaak dat zijn slaapritme op kon worden gedeeld in ‘slaap 1’ en ‘slaap 2’.

Lummelen

De tijd die daarmee vrijkwam in de nachtelijke uurtjes, voordat hij weer in slaap sukkelde, greep Jesse Baron in eerste instantie aan als een gestolen moment. ‘En zoals de meeste dieven, ging ik onbezonnen om met mijn buit’. Netflixseries lagen voor de hand, en verder was het ‘uitzitten geblazen’.

Maar, na een tijdje, zag Baron de diepere waarde in van deze onorthodoxe vorm van nachtrust. Zo gebruikte hij zijn tijd om te fantaseren en dromen te onthouden, ooit het doel van dorveille.

Een ander bijkomend voordeel was dat de nachtbraker doorgaans enorm veel tijd verspilde aan onzin als hij nuttige dingen moest doen.  De tijd die door zijn gesegmenteerde vorm van slaap vrijkwam, kon hij nu op een meer gepast tijdstip gebruiken om een beetje te lummelen, niets te doen. Boeken werden opeens uitgelezen, ‘alsof hij een superkracht had’.

Normaal

Volgens de auteur en meerdere onderzoeken is dit een hele natuurlijke vorm van slaap. Pas sinds de industriële revolutie zijn we het normaal gaan vinden de hele dag te werken en dan opeens acht uur gestrekt te gaan. ‘Het moeilijke van de omschakeling naar deze manier van slapen heeft dus meer te maken met wat normaal wordt gevonden.’

Het fijne, zegt hij, is dat het vroeger écht normaal was. Je was ook niet alleen als je ’s nachts een blokje omging op straat: iedereen deed het. Benjamin Franklin ging volgens horen naakt voor een open raam staan om wat ‘te luchten’, en anderen schreven in dagboeken, dronken een kopje thee of hadden seks. Wat je ook deed, er zat een gemeenschapsgevoel aan vast. En precies dat is waar hij eigenlijk naar verlangt, aldus de auteur, geen verkregen routine, maar een fijn ritueel.